2.1.5 'Twin Peaks' en de Talking Heads 
In 'Channels of Discourse, Reassembled' (Allen, 1992, pp. 327-349) legt Jim Collins uit waarom hij 'Twin Peaks' een postmoderne televisieserie vindt. In 'Hiding in the Light' (Hebdige, 1988, pp. 233-244) wordt een videoclip van de Talking Heads als postmodern omschreven. Ik voeg aan deze voorbeelden het predikaat tactisch toe. 

De eerste overeenkomst tussen de termen postmodern en tactisch is hun vaagheid. Ook voor postmodernisme is het moeilijk een eenduidige definitie te geven. Volgens Collins is het belangrijkste kenmerk het eclecticisme in de produktie en consumptie van cultuurprodukten. Het bekende voorbeeld is dat van de postmoderne architect die gebruik maakt van diverse bouwstijlen uit het verleden. Deze worden niet simpelweg gekopieerd, maar krijgen door hun hergebruik een nieuwe betekenis. Je kunt weliswaar de stijl(en) herkennen waardoor de architect zich heeft laten inspireren, maar het resultaat nooit als een pure kopie zien. Juist de unieke combinatie van oude elementen geven het postmoderne gebouw een eigen originaliteit. 

Zo werd bij 'Twin Peaks' ook gebruik gemaakt van diverse genres, namelijk horror, science fiction, politieserie en soap (Collins in Allen, 1992, p. 345). Deze eclectische werkwijze werd nog eens versterkt door de verschillende toepassing van stylistische conventies: het ene moment serieus, het volgende als parodie. Deze afwisseling in ernst vond ook binnen scènes plaats. Een voorbeeld hiervan is de serieuze bespreking van een moord onder het genot van een belachelijke stapel doughnuts. Deze '(...) movement in and out of parodic discourse (...)' is een spel met het verwachtingspatroon van de kijker (Collins in Allen, 1992, p. 346). Een postmodern produkt kenmerkt zich namelijk ook door het bewustzijn van de eigen culturele status en de diverse wijzen waarop het produkt door de kijker begrepen kan worden. Want hoe - in het voorbeeld van de architect - het publiek een gebouw beoordeeld wordt onder andere beïnvloed door het kunsthistorisch besef van de individuele toeschouwer, dat weer bepaald wordt door variabelen als leeftijd, opleiding of klasse. Iemand die nog nooit een Korintische zuil heeft gezien, zal de postmoderne verwijzing ook niet als zodanig herkennen. Collins (in Allen, 1992, p. 337) haalt ook De Certeau aan die stelt dat de kijker naar eigen behoefte een betekenis creëert. Het postmodernisme speelt juist in op de diversiteit aan betekenisgevings-strategieën door het produkt op te bouwen uit diverse elementen, en ziet het publiek niet langer als een homogene massa. 

Met 'Twin Peaks' werd dan ook niet zoals gebruikelijk een zo hoog mogelijk kijkcijfer nagestreefd, maar probeerde men doelbewust een specifieke publieksgroep te bereiken. En wel het hoger opgeleide, financieel draagkrachtiger en dus voor adverteerders aantrekkelijke gedeelte. Deze groep zou zich kenmerken door een minder voorspelbaar kijkgedrag (zij kunnen zich bijvoorbeeld een videorecorder veroorloven) en vereiste dus een aangepaste publiciteitsstrategie. De kwaliteitspers kwam eraan te pas (hier besteedde o.a. Vrij Nederland er uitgebreid aandacht aan) om aan te geven dat het hier geen gewone televisieserie betrof. met kreten als 'original', 'intelligent' en 'extends TV boundaries' beloofde men een soap met een filmische kwaliteit waarbij zelfs de intelligentsia zich niet zouden vervelen (Collins in Allen, 1992, p. 343). Tot slot beperkte het verschijnsel 'Twin Peaks' zich niet tot één medium, maar werd ook via video, film, CD, boeken, T-shirts e.d. tot ons gebracht. 

Ook de Talking Heads gebruiken op eclectische wijze meerdere audiovisuele bronnen om een eigen stijl te creëren. Hebdige (1988) heeft een analyse gemaakt van hun video 'The Road to Nowhere' en gaat uitgebreid in op het postmoderne karakter daarvan. Net als Collins noemt hij het opzettelijk gebruik van codes uit diverse disciplines als muziek, kunst en film, zoals verwijzingen naar Pop Art en een film als 'Citizen Kane'. Kenmerkend is ook hier weer de postmoderne houding ten opzichte van het publiek. 

De Talking Heads erkennen de vele gebruiks- en interpretatiewijzen van hun produkt: men kan ernaar kijken, filosoferen over mogelijke betekenissen of er simpelweg op dansen. Hebdige (1988. p. 237) beschrijft de video als "(...) a form designed to 'tell an image' rather than to 'tell a story' (...)". De band probeert in plaats van een eenduidige boodschap eerder suggesties ter interpretatie over te brengen waarmee het publiek naar eigen behoefte kan spelen. De achterliggende gedachte hierbij is dat er geen kant en klare betekenissen meer zijn. We leven in een wereld die zich kenmerkt door een diversiteit aan ideologieën en talloze verschuivingen op sociaal, politiek en economisch gebied. Ons voortbestaan wordt bedreigd door honger, oorlog, ziekte, milieurampen, economische recessie, sociale ongelijkheid, moreel verval etc. Oude machtsstructuren vallen weg (Berlijnse muur, leegloop kerken) en oude waarden staan meer dan ooit ter discussie. 

Deze discussie is niet gebaat bij een simpele voorstelling van zaken, noch door een herhaling van oude strategieën. ook hierin vergelijk ik tactische televisie met een postmodern produkt: het niet langer willen geven van antwoorden, maar juist het aan de orde stellen en oproepen van vragen. 
Mensen laten inzien dat men eigen keuzen kan maken, er niet zoiets als een absolute waarheid bestaat. Door meer en andere mensen aan het woord te laten, door het gebruik van andere vormen en invalshoeken, door stereotiepe vakjes te overschrijden en conventionele grenzen te onderzoeken. En dit alles '(...) as to produce a space around ourselves in which we can live and learn to find a voice (...), without silencing their [other] voices' (Hebdige, 1988, p. 242) [mijn toevoeging].