| |
1 TACTISCHE TELEVISIE
Het begrip tactische televisie is vaag en er bestaat geen eenduidige
definitie. In dit hoofdstuk zal ik een zo duidelijk mogelijk beeld proberen
te geven van wat er onder tactische televisie wordt verstaan.
Alvorens ik op dit begrip - en het tegenovergestelde begrip strategische
televisie - inga, kijk ik eerst in hoofdstuk 1.1 naar het onderscheid tussen
de begrippen strategie en tactiek. Deze begrippen komen oorspronkelijk
uit de krijgskunde en zal ik nader toelichten aan de hand van de theorie
van Michel de Certeau (1984). Deze Franse taalfilosoof past het onderscheid
toe op dagelijkse activiteiten.
In hoofdstuk 1.2 zal ik de begrippen strategie en tactiek toepassen
op het medium televisie. Er is geen sprake van een rigide onderscheid tussen
tactische en strategische televisie. Wel zal ik een aantal kenmerken beschrijven,
op grond waarvan je een televisieprogramma een tactisch dan wel strategisch
gehalte kunt toeschrijven.
1.1 HET BEGRIP TACTISCH
1.1.1 strategie en tactiek
Bij het begrip tactiek denk je automatisch aan strategie. Deze begrippen
worden vaak door elkaar gebruikt terwijl het onderscheid voor mijn scriptie
van wezenlijk belang is. Het woordenboek heeft er het volgende over te
melden:
strategie 1) kunst van oorlogsvoering, inz. voorzover
deze bestaat in het maken en uitvoeren van plannen voor bewegingen op grote
schaal (...) 2) (fig.) beleid, plan volgens hetwelk men te werk gaat (...)
tactiek 1) (...) hoe men de troepen moet stellen, bewegen
en in 't gevecht brengen, met inachtneming van hun bijzondere eigenschappen,
van de bestaande omstandigheden en van het te bereiken doel (...) 3) bij
de omstandigheden aangepaste wijze van doen om zeker doel te bereiken (...)
(Van Dale, 1992).
Het onderscheid blijft vaag. Het gaat in beide gevallen om de wijze waarop
men een doel tracht te verwezenlijken, waarbij de nadruk bij strategie
op grootschaligheid ligt en bij tactiek meer op aanpassing aan omstandigheden.
De encyclopedie geeft hier meer duidelijkheid. Onder tactiek wordt hier
verstaan '(...) de wijze, waarop de legerafdelingen in het gevecht worden
ingezet, nadat hun positie door de strategie is bepaald (...)' (Kooy, 1957).
Een strategie is dus gericht op een algehele oorlogssituatie, 'the overall
picture', het totale beleid op grond waarvan onderdelen hun positie krijgen
toegewezen. De tactiek is dan het beleid op kleinere schaal, gebaseerd
op een meer gedetailleerde kennis van de situatie, ook van de - voor de
strategie - onvoorziene omstandigheden.
Informatie over de vijand is dus van groot belang. In 'How to make War'
(Dunnigan, 1982, p. 223) wordt een onderscheid gemaakt tussen verschillende
niveau's van 'intelligence', ofwel het verkrijgen van informatie over de
vijand. Namelijk een strategisch, een operationeel en een tactisch niveau.
Strategische informatie bestaat uit kennis over de mogelijkheden van de
vijand, bijvoorbeeld of deze wel of niet in het bezit is van kernwapens.
Deze kennis wordt aangevuld met operationele informatie die gedetailleerder
is en kleinere gebieden of activiteiten beslaat. Bijvoorbeeld: welk land,
of wat zijn de specifieke politieke achtergronden van dit gebied?
Door deze informatie wordt een beeld van de situatie geschapen en de
mogelijkheden waarin deze zich kan ontwikkelen. Op grond hiervan wordt
een strategie uitgestippeld. Omdat (onderdelen van) situaties voortdurend
veranderen is het van groot belang informatie 'up to date' te houden. Dit
geschiedt in de vorm van zo gedetailleerd mogelijke kennis, die zo snel
mogelijk moet worden toegepast en teruggespeeld naar de strategen om zonodig
hun strategie bij te stellen. Dit wordt 'Battlefield intelligence' genoemd,
ofwel informatie op tactisch niveau.
Mao Tse Tung maakt het onderscheid op een andere manier duidelijk bij
de beschrijving van een strategisch defensief van de vijand, dat gedwarsboomd
kan worden: '(...) door de algemene vernietigingsveldtocht van de vijand
te veranderen in een aantal kleine, afzonderlijke vernietigings-campagnes
tegen hem (...)' (Tse Tung, 1950, p. 83). Een kat- en muisspel met
een logge, zichtbare strategische troepenbeweging enerzijds, en kleinere
en flexibele tactische eenheden anderzijds. Zo kan een sterke strategische
positie van de vijand veranderd worden in een zwakke tactische, en de eigen
zwakke strategische in een sterke tactische positie. Dit laatste beschrijft
hij vervolgens als '(...) een offensief in een defensief, overwicht in
minderheid, sterkte in zwakte, voordelen in nadelen en initiatief in passiviteit'
(Tse Tung, 1950, p. 83). Genoeg over de krijgskunde.
|
|